| Home - voorpagina Geschiedenis van Farmsum Farmsum in 1940-1945 Oude foto's van Farmsum Klankbordgroep Farmsum Contact | |||||||||||||||
|
VAN FRETMARSHEM TOT FARMSUM Bron: Jubileumboek Ripperdaborg Door Piet Franke & Old spellings of Dutch places
De borg in farmsum
Uit deze opsomming blijkt wel duidelijk, dat de heren van de borg te Farmsum zo in de loop der tijden machtige heren waren geworden en veel hadden te zeggen in het dagelijkse bestel van hun onderhorigen. De eerste heer op deze borg, dat eigenlijk wel een kasteel mag worden genoemd, was Unico Ripperda. Deze was de eerste die in authentieke oorkonden werd vermeld. Toch was deze heer niet bepaald gelukkig. Het was vroeger net als nu: er werd wel eens op het verkeerde paard gewed. Dat deed Unico Ripperda, toen hij zich schaarde aan de zijde van de Vetkopers, die de Ommelanden aan Albrecht van Beieren had opgedragen. Een van zijn wonderlijke daden was, om op zijn slot te Farmsum een legertje van 400 zeerovers onder te brengen. Dat waren de zogenaamde Victaliebroeders of Likedelers. Dit waren zeerovers die in 1399 door de Hanzestaten en de koning van Denemarken waren verdreven en toen waren uitgeweken naar de Noordzee, de Eems en de Lauwerszee. De eigenaardige naam hadden ze gekregen, toen zij in 1393 het belegerde Stockholm van victalie hadden voorzien. Als bondgenoten kregen zij naast zich verschillende Oostfriese heren, die hierdoor niet bepaalt armer werden. "Crime does not pay", dat geldt nog altijd. Ook voor de Victaliebroeders kwam het einde, toen zij in 1401 het onderspit moesten delven tegen de Hanze en eenvoudig vernietgd werden. Het samenwerken van Unico Ripperda, heer van Farmsum, met deze zeerovers kwam hem dan ook duur te staan. De Groningers die een aanval deden om het roversnest uit te roeien, mochten dan bij de eerste aanval worden afgeslagen, drie dagen later veroverden ze het slot en moest Ripperda het gedogen, dat hij een bezetting van de vijand kreeg. De opvolger van Unico was Hayo. Deze verzette zich tegen het stapelrecht en kwam hierdoor in botsing met de stad Groningen. In 1434 werd de olderman Willem Wicheringe naar Farmsum gezonden, om daar het stapelrecht erkent te krijgen. Deze afgezant werd door de mensen op de borg doodgeslagen en daarmee kreeg Hayo Ripperda temaken met een zeer verbolgen stad die hem tenslotte zo klein wist te krijgen, dat hij op Sint - Laurentiusavond 1434 gedwongen was zich met zij tegenstander te verzoenen. Zijn tegenstanders eiste een boet van 500 arentsgulden en dwong hem de borg open te stellen voor Groningers. Dat het stapelrede gehandhaafd bleef, lag natuurlijk voor de hand. Alle bewoners van de borg Farmsum de revue te laten passeren, zou een boekwerk ten gevolge hebben. Een enkel voorbeeld, hoe groot de macht van de heren was en hoe die ook wel eens ten koste van het algemene belang in het oog hielden, vormt het relaas van een gebeurtenis uit het leven van Unico Ripperda, hoveling van Oosterwijtwerd, Holwierde en Uitwierde en proost van Farmsum. M , ten Broek schreef in de Groningse Volksalmanak 1936 het volgende interessante verhaal: "Unico Ripperda, de man van Uiske Ukena, was in de Ommelanden een man van betekenis. In het jaar 1473, een jaar voor zijn dood (hij overleed aan de pest) zonden de Stad en Ommelanden een gezantschap naar keizer Frederik die zich in dat jaar te Keulen bevond, om aan deze vorst te verzoeken: de bevestiging der oude vrijheid tegen de aanslagen van den Hertog van Bourgondië, de bekrachtiging der oude verbonden tusschen Stad en Ommelanden voor altijd en de bescherming des rijs tegen geweld. Verder moesten de gezanten onderhandelen over het potessaatschap van Friesland, den gouden muntslag en verheffing van alle raadsleden in den adelstand, aan die Stad door dien keizer aangeboden. Deze Rengers, heer van Farmsum, breidde zijn macht uit door aankoop of werd machtiger door het erven van bezittingen. Tenslotte was hij eigenaar van Siddeburen, Tuwinga, Tammingahuizen, Baukema te Zeerijp, Oosterwijtwerd, de Onstaborg, Verhildersum en Woltersum. Egbert Rengers werd opgevolgd door zijn zoon Lammert Schotto, die leefde van 1726 tot 1779. Hij had het bijna geheel te zeggen in Fivelgo. In 1766 trouwde hij met Elisabeth Bentinck, die nogal bekendheid kreeg met haar Vrijmoedige Brief aan stadhouder Willem V, waarin zij de ondergang van de wereld voorspelde.Toen Lammen Schotto Rengers in 1799 overleed, werd hij opgevolgd door zijn halfbroer Duco Gerrold, die leefde van 1750 tot 1810. Hij had twee dochters, die getrouwd waren met leden van de familie Hora Siccama en schijnbaar niet op de borg kenden wonen, zodat de weduwe van Duco Gerrold J.G. barones van Iinteloo in 1812 opdracht gaf de borg te slopen. Daarover lezen we in de dorpskroniek van Jacob Vinhuizen een aantal berichten: 1811. Jan. 8. Publieke verkoop van het hoog adellijk huis "de borg Farmsum" te farmsum, binnen de brede gracht met lange brug over gemelde gracht gelegen, alsmede de Friesche schuur en de daarbij staande paardestal en knechtenkamer en poort niet hoge tuinmuur lopende van de schuur tot aan het schathuis. 1812.. maart. 20. Daar sints eenige weken weder een aanvang is gemaakt met het afbreken van de adellijke borg te Farmsum en alzoo daar weder een groote voorraad is van kapitaal glas, deurkozijnen met deuren, zeer goede balken van onderscheidende zwaarten en lengten, benevens 6 gebinten van een kapitale boerenschuur en verder alle goede materialen, als steen, pannen, zoo wel blauwe aIs roode en alles wat verder van zulke afbraak voorkomt, kunnen de koopers alle dagen aan de borg te Farmsum terecht komen en koopen naar hun voordeel. " Was de onttakeling van het borgshof in 1805 begonnen? We lezen: "October 25: Verkoop van 350 stuks extra zware en hooge eiken, beuken alsmede iepen en zeer zwarewalnooten staande in het Borgshof te Farmsum." "November 1. De verkoop van boomen in het Borgshof te Farmsum wegens het slechte weer maar gedeeltelijk zijnde gehouden, wordt om de veelheid der percelen voortgezet." Op 15 januari 1876 werden 150 zware iepen, waaronder 2 esschen, staande op de singels van Borgshof te Farmsum verkocht. Schijnbaar werd alles onttakeld. Maar wel was liet of de familie Rengers landerijen had gehouden, gezien de notitie op 14 jan 1882: "Verhuring door jhr. Mr. J.Rengers Hora Siccama van de tuinen gelegen op Borgshof onder Farmsum, in 30 percelen, het Proostmeer, het Klein Uithuizermeer het jacht en Visrecht. "Hiermee, met bovenstaande feiten, werd een einde van de borg ingeluid. Wanneer men het huidige Borgshof ziet, kan men zich heel moeilijk indenken dat er eens een geslacht van Ommelander edelen regeerde. Nu ziet men scholen waarvan de namen herinnert aan die edelen. |
||||||||||||||
| Webdesign en onderhoud: © RealArt Design & Kunstbemiddeling | |||||||||||||||