Home - voorpagina Geschiedenis van Farmsum Farmsum in 1940-1945 Oude foto's van Farmsum Fotoreportages Klankbordgroep Farmsum Contact
Hoofdmenu geschiedenis
Voorpagina
Geschiedenis
Ons Dorp
Het Gericht
De Borg
Bevolking
Kerkelijke indeling
Het kerkgebouw
Diverse
Straten van Farmsum.
Fretmarashem/ Farmsum.
De molen ”Koveltimp”.
Tweelingvesting

DE BORG

Een van de pronkstukken van het dorp was het Huis te Farmsum, de borg. In het begin van de veertiende eeuw woonde het geslacht Ripperda hier al. Deze Ripperda's wisten in de loop der tijd vele heerlijke rechten in hun bezit te krijgen, waardoor zij een grote macht bezaten in wijde omgeving, zowel op rechterlijk-, waterstaatkundig- als kerkelijk gebied. In 1499 werd de borg door de stad Groningers verwoest maar snel weer opgebouwd want in 1514 is het voor de hertog van Saksen al weer de moeite waard om de borg in te nemen. Tot het einde van de zeventiende eeuw bleef de borg in het bezit van de Ripperda's. De laatste Ripperda, Hero Maurits, werd nadat hij op 18 oktober 1681 overleed, in de kerk van Farmsum begraven. Hij overleed 'nadat hij een tijtlangh met een smertlicke en elendighe plaege en quale besoght ware geweest', op 31 jarige leeftijd. Vier dagen lang werd hij 'verluid', d.w.z. dat vier dagen lang op gezette tijden de klokken van de Farmsumer toren werden geluid. In 1693 werd het huis gekocht door Edzard Rengers van Tuwinga en zijn vrouw Catharina van der Noot van Risoir.

Het huis van Farmsum. Pentekening uit de 18de eeuw van Corn. Pronk

Zij werden op 5 april van dat jaar met blijdschap en vreugde door de burgers en inwoners van Farmsum ingehaald. Reeds in 1694 stierf Edzard. Deze werd vijf dagen lang van negen tot drie verluid. Zijn lijk werd 's avonds op een slee naar Wittewierum gebracht, waar het in de familiegrafkelder werd bijgezet. Tot 1810 bleef de borg in handen van de familie Rengers. In dat jaar stierf Duco Gerrold Rengers zonder mannelijke nakomelingen achter te laten. Zijn beide dochters, die elk met een Hora Siccama getrouwd waren, lieten de borg in 1811 verkopen. In de krant van 8 februari wordt de publieke verkoop van de borg aangekondigd: 'binnen de brede gracht met lange brug, alsmede de Friesche schuur en de daarbij staande paardestal, knechtenkamer en poort, met hooge tuinmuur, loopende van de schuur tot aan het schathuis'. Op de veertiende februari wordt de verkoop aangekondigd van allerlei vruchtdragende bomen met uitheemse gewassen, broeibakken met toebehoren, zerken tuinbeelden, zonnewijzers, zomerhuis en duivenmat, alsmede plusminus tweehonderd extra zware eiken, essen en andere bomen, alles staand in en bij het borgshof te Farmsum, verder tuinmansgereedschap, een beste karnmolen enz. De verkoop wilde niet erg vlotten want op elf juli 1811 verscheen een nieuwe advertentie in de krant waarbij 'het oud adelijk huis te Farmsum' op afbraak te koop werd aangeboden. Aangeboden werden plm.60.000 bakstenen van verschillend formaat, 14.000 blauwe en rode huispannen, kozijnen met ramen en blinden, deurkozijnen met paneeldeuren, plm. 2000 pond gesmeed ijzer, vele soorten behang, waaronder goudleer, voorts bakken, juffers, zolders en een grote partij Bremer vloeren. Niet alles werd tegelijk verkocht, want op 20 maart 1812 wordt in de krant bericht: 'daar sints enige weken weder een aanvang is gemaakt met het afbreken van de adelijke borg van Farmsum' er weer allerlei materiaal te koop is n.l. 'alles wat verder van zulke afbraak voorkomt kunnen de koopers alle dagen aan de borg te Farmsum te recht komen en koopen naar hun voordeel'. 15 Januari 1876 worden nog eens honderdvijftig zware iepen en twee essen, staande op de singels van de Borgshof verkocht. In januari 1882 bood jhr. J. Rengers Hora Siccama te huur aan, de tuinen gelegen op Borgshof. Nog in hetzelfde jaar werd het terrein afgegraven en de grond verkocht. Dit geschiedde zo rigoreus, dat er een soort laagte onstond.

Dit terrein heeft jarenlang 's winters tot ijsbaan gediend, maar omstreeks 1950 is het met scholen bebouwd. Sinds 1974 staat hier ook de molen Aeolus. Deze molen, een achtkante bovenkruier met stelling, gebouwd omstreeks 1811, stond ten zuiden van de oude zeesluis van het Eemskanaal. De sterk vervallen molen werd daar afgebroken en op het Borgshof herbouwd. Na veel tegenslag kon de molen op 12 augustus 1978 geopend worden.

Van de mooie borg is behalve de afbeeldingen op de kaarten van Coenders (17e eeuw) en Beckeringh (18e eeuw) de fraaie pentekening bewaard van Corn. Pronk uit de 18e eeuw. Op deze tekening is de Farmsumertoren op de achtergrond te zien. In het Groninger Museum zijn nog twee grote 17e eeuwse, schilddragende leeuwen, met de wapens Ripperda en Welvelde, aanwezig die afkomstig zijn van de borg.

Zegel van Hero Maurits Ripperda 1630
Zegel van Edzard Rengers 1691

 

 





Eigenaar, Webdesign en onderhoud: © RealArt Interent Solutions