Home - voorpagina Geschiedenis van Farmsum Farmsum in 1940-1945 Oude foto's van Farmsum Klankbordgroep Farmsum Contact
Hoofdmenu geschiedenis
Voorpagina
Geschiedenis
Ons Dorp
Het Gericht
De Borg
Bevolking
Kerkelijke indeling
Het kerkgebouw
Diverse
Straten van Farmsum.
Fretmarashem/ Farmsum.
De molen ”Koveltimp”.
Tweelingvesting

DE BEVOLKING.

Behalve over de borgbewoners en enige andere prominenten is over de bevolking van Farmsum weinig bekend. Uit 1809 is een lijst met de hoofden van gezinnen en zelfstandig wonende ongehuwden, verdeeld over de wijken. Er worden in totaal 293 namen opgesomd. De grootte van de. gezinnen en de beroepen worden niet vermeld. •Omstreeks 1808 telde Farmsum ongeveer duizend inwoners. Uit een enquête van 1828, gehouden onder de schoolmeesters, voor Farmsum beantwoord door de onderwijzer J. Houtman vernemen we dat er in dat jaar te Farmsum aanwezig waren een pelmolen, een pel- en roggemolen, een olie- en houtzaagmolen, een boekweit-molen of grutterij en een mosterdmolen. Verder twee steenbakkerijen en een pannebakkerij en twee scheepstimmerwerven. Daarnaast woonden er bakkers, timmerlieden, metselaars, stelmakers, kuipers, kleermakers, schoenmakers, smeden, een koperslager, wevers, barbiers, knoopmakers, winkeliers en tappers en dan natuurlijk veel scheepstimmerknechten, dijkwerkers, sjouwers en andere werknemers en bovendien de in de omgeving wonende boeren met hun personeel. Behalve tarwe, rogge, gerst en haver verbouwden de boeren erwten, bonen, raapzaad en zoals Houtman schreef 'de zoo algemeen geachte en geliefde aardappels'. De hazen, die eens zeer veel voorkwamen in de velden rond Farmsum, zijn na 1795 sterk in aantal afgenomen door toedoen van de Fransen 'dewijl die alle hazen, welke zij konden krijgen vingen en dezelve met smaak gebruikten', zegt Houtman. Het begrip Kunsten en Wetenschappen is bij Houtman niet geheel hetgeen wij eronder verstaan.

Op de vraag welke hiervan in Farmsum beoefend worden, antwoordt hij bij kunsten 'het horologiemaken en uurwerkmaken' en bij wetenschappen 'het onderwijs in de school en het godsdienstig onderwijs door den Leeraar'.

Het klimaat is meer koel dan heet, 'voorzigtig is het dus, dat elk zich hier warm kleede en niet in stilte aan de avondlucht bloot stelle'.

Bij de beschrijving van de aard van de bevolking zegt Houtman dat deze 'vrij wel' is en dat men gesteld is op het 'vlijtig bijwonen van den openbaren godsdienst'. Dit kon helaas niet gezegd worden van de dijkwerkers en de minst welgestelden, die 'ruw in taal en gewoonten, onmatig in het gebruik van sterke drank en onverschillig in de godsdienst' waren. De maaltijden bij de boeren worden om acht uur, twaalf uur en zes uur gehouden, de burgers eten 's avonds eerst om zeven uur. De boeren gaan 's zomers om negen uur naar bed en in de winter iets later, de 'overige standen' gaan het hele jaar door tussen tien en elf uur naar bed. De ontspanning voor de jeugd werd gezocht in het bezoeken van kermissen, boeldagen en vooral harddraverijen.

In Farmsum was een leesgezelschap met leden uit het dorp en uit Delfzijl. Avondbezoeken door de ouderen beginnen omstreeks acht uur, men drinkt dan koffie of chocolade en rookt een pijp om tegen elven weer naar huis te gaan. De grote en dure bruiloft partijen kwamen in 1828 nog maar sporadisch voor, maar de begrafenismaaltijden kwamen nog overwegend voor. Houtman kan deze laatsten niet waarderen en beschrijft een begrafenis waarbij men slechts wat koffie dronk, daarna jenever of brandewijn en vervolgens een pijp rookte, om na de begrafenis in het sterfhuis nog één pijp te roken en één glaasje te drinken alvorens naar huis te gaan. 'Dit vind ik navolgenswaardig', aldus Houtman.

Webdesign en onderhoud: © RealArt Design & Kunstbemiddeling