Home - voorpagina Geschiedenis van Farmsum Farmsum in 1940-1945 Oude foto's van Farmsum Fotoreportages Klankbordgroep Farmsum Contact
Hoofdmenu 4045 farmsum
Voorpagina 1940 -1945
Sluis Eemskanaal 45/46
Eemskanaal in verdediging
Bunkers in Farmsum
Plattegrond route
Tijdelijk radarpost
Verdediging
Beobachtungskarte
Inundatiekaart
slingerende landmijnen
Weiwerd
Battrerij Weiwerd
Laatste oorlogdagen
Meedhuizen
Meedhuizen
Termunten
oefengranaat Termunten.
Heveskes
Slag bij Heveskesklooster
Foto's
Foto's 1940 / 45

BEVRIJDING DELFZIJL

Door Tim Medema van Nieuwsblad voor de Eemsmond, 27-04-1995

Casey's tank in Delfzijl, In a dated photo, May 5, 1945

De bevrijding van Delfzijl en omstreken:Na de bevrijding van de stad Groningen op 16 april heeft het nog ruim 14 dagen geduurd voordat ook het noord-oosten van de provincie Groningen, met in het centrum daarvan Delfzijl, door de Canadezen en de Polen werd bevrijd. Winschoten was al op 15 april bevrijd en van daaruit waren de bevrijders doorgestoten tot aan de Dollard en hadden zo de zuidkant afgegrendeld. Ook werd een eerste verkenning gedaan in de richting van Wagenborgen en Nieuwolda. Een Poolse eenheid in Siddeburen werd overrompeld door een Duitse patrouille vanuit Wagenborgen waarbij drie Polen omkwamen en een tank werd vernietigd. Op de volgende dag, 20 april werden de Polen afgelost door Canadese eenheden. De Polen gingen richting Duitsland om daar de strijd voort te zetten.

De Canadezen zetten de aanval richting Delfzijl in op zaterdag 21 april. Zij kwamen zowel vanuit het zuiden als vanuit het noorden; Voor die tijd hadden ze Ten Boer, Loppersum en Zeerijp aan de noordwestkant bevrijd en daarmee in feite heel noord Groningen. Ze waren doorgedrongen tot in Siddeburen en Oostwold. Langs de Eems en Dollard waren op vier plaatsen luchtdoelbatterijen in de top van de dijk geïnstalleerd. Ze waren uitgerust met 10.5 cm en 12.8 cm kanonnen die evengoed voor gronddoelen konden worden gebruikt. Daarnaast waren op Borkum grote 28 cm kanonnen geïnstalleerd die granaten afschoten van 315 kg. met een draagwijdte van 30 km. Bovendien lagen op de Eems nog een paar "Vorpostenboten" ook uitgerust met kanonnen en waren er in het veld nog een paar mobiele stukken geschut aanwezig. Aan Duitse troepen waren er mogelijk wel een paar duizend man samengestroomd in de richting van Delzijl over de Eems weg te kunnen vluchten. Veel van hen, met name de hogere officieren lukte dat ook inderdaad. De achtergebleven Duitse soldaten vochten, doorgaans, tot op het laatste moment met absurde felheid. Berlijn was toen al gevallen en Praag bevrijd. De oorlog was voor hen al lang verloren. De Canadezen hadden de taak om al dat geweld te overmeesteren en tot zwijgen te brengen. Ze werden daarbij gehinderd door innundatie's tussen Damsterdiep en Eemskanaal en bij Tjuchem. Bovendien waren er mijnenvelden, opgeblazen bruggen, prikkeldraadversperringen, bunkers en mitrailleursnesten. Een andere handicap was volgens een Canadese soldaat dat ze hier een "Porcelain war" moesten uitvechten. Hij bedoelde daarmee dat zij niet, zoals dat in Italie de gewoonte was, mogelijke weerstandsnesten even platschoten. Hier moesten zij er zelf op af en ze hadden de opdracht zoveel mogelijk de mensen en hun eigendommen te sparen. Niettegenstaande al die handicaps hebben ze het geklaard. Door hun moed, taaiheid en improvisatievermogen wisten ze te overwinnen . Aan de andere kant hadden de Duitsers geen scrupules. Iedere boerderij en elk huis waar men Canadezen vermoedde werd meteen beschoten. Vaak vloog het gebouw in brand of het werd zwaar beschadigd. Sommige boerderijen wilden niet branden zoals "Kommerstein" bij Holwierde dat wel drie voltreffers kreeg. Veel mensen, die dat konden vluchtten weg. Voor de meeste anderen was er geen mogelijkheid om te vluchten en zij zochten hun heil in de kelders. Voor de inwoners van Delfzijl en Farmsum duurde die tijd wel acht tot tien dagen. "Op straat komen was levensgevaarlijk", zo vertelt Arend Westerkamp uit Farmsum.

Een aanvalskaart van de "THE PERTH REGIMENT OF CANADA" The Fight for Delfzijl - 23 April - 2 May 1945
"Ik hield me meestal schuil tussen de ovens van bakker Engelsman. Want de kelders zaten allemaal vol. De openbare kelder op de plek waar Koersen nu zijn meubelzaak heeft zat stijfvol. Zo ook de kelder van Kroonstad. Tijdens een gevechtspauze gingen de mensen snel even naar huis voor het een of ander. Overdag, als het even kon, gingen we om de beurt bakker Kaspers aan de Nieuweweg helpen met het brood. Er moest wel wat te eten zijn. Het was erg gevaarlijk want een jonge vrijgezel Smid ging even in de deur Staan en werd prompt, vanaf de Farmsumertoren, doodgeschoten. Vlak voor het eind werden de brug over het Eemskanaal en de sluis opgeblazen evenals het munitiedepot dat stond op de plek naast de huidige jachthaven. Dat waren enorme dreunen. Na afloop leek het Borgshof net de Zuidlaarder paardenmarkt. Alle door de Duitsers achtergelaten paarden waren daar bijeengebracht".

Soortgelijke ervaringen had ook Tjerk Drenth uit Delfzijl. Het gezin Drenth woonde samen met grootmoeder aan de Singel. Tjerk was toen 11 jaar en stond op een gegeven moment bij de loodsen van Lommerts te kijken hoe de Duitsers druk bezig waren op de Canadezen te schieten. "Na een poosje begon het opeens scherven te regenen. De oude Lommerts kwam er aan en behreep dat de Canadezen begonnen terug te schieten en hij stuurde ons meteen naar huis om te schuilen, vertelt hij.

"Ons huis aan de Singel kreeg ook een treffer en toen zijn we naar het huis van Klaas Heun, familie van ons, aan de Marktstraat gevlucht. Dat huis had een grote diepe kelder en ook een diepe tuin. Als het even rustig was zaten we daar. Bij de muziektempel voor het station stond een kanon waarmee door de Landstraat werd geschoten. De gevangen genomen Duitsers werden gefouilleerd op de plek waar nu het belastingkantoor staat. Een Canadese soldaat liet mij zijn arm zien. Die had hij van onder tot boven vol met horloges. Toen alles rustig was gingen we naar de barakken en de stukken geschut op de dijk. Dat was voor ons jongens een groot feest". De grote aanval van de Canadezen begon op zaterdag 21 april. In het noorden werd die ingezet bij Godlinze en Spijk. De bruggen over het Spijkstermaar in Losdorp en tussen Losdorp en Godlinze waren de avond van tevoren opgeblazen. De eerste Canadese verkenners kwamen 's morgens in Godlinze en werden prompt beschoten en geraakt. Zij trokken zich terug, maar ook de laatste Duitsers daar renden weg in de richting van Losdorp; Even later kwam ook een patrouille vanaf Roodeschool over de Lage Trijnweg naar Spijk, ook die werd meteen beschoten en keerde weer terug. "Maar ook de Duitsers verlieten daarop Spijk", zo vertelt Mennie van der Woude. "Toen ze 's middags, met de zon in de rug, terugkwamen hadden de Duitsers zich teruggetrokken naar Bierum. Ook de verkenner die in de toren zat. Een Canadese stackhound vuurde nog een granaat die net naast de toren door het dak van de kerk ging. Een groep ver-kenners kwam langs de Godlinzerdijk. Zolang het droog bleef was dat de kortste verbinding om naar Spijk en Bierum te komen. Al eerder op die zaterdag was Gerard Elema van de boerderij Hoogwatum bij Bierum vermoord en de boerderij werd in brand gestoken. We konden het vuur hier horen knetteren" Voor Mennie van der Woude was, zoals voor zoveel onderduikers, de komst van de Canadezen een echte bevrijding.

Twee jaar lang, vanaf de Mei-staking.in 1943 had hij zich angstvallig schuilgehouden. Door actief aan die staking mee te doen had hij de Gestapo achter zich aan gekregen en stond zijn naam en foto in het opsporingsregister van alle politiebureaus vermeld. Ontelbare keren hebben ze zijn ouderlijk huis doorzocht en zijn vader bedreigd. Maar ze hebben hem nooit gesnapt. Er waren drie schuilplaatsen waarin hij zo kon wegduiken. Vooral de gebroeders Sikkema, waawan er een beul was op het Scholtenshuis, kwamen geregeld aanstormen. Zijn vader werd door hen tot bloedens toe geschopt en geslagen. Toen de Canadezen vaste voet in Spijk hadden is Mennie de maandag daarop meteen weer aan het werk gegaan op een boerderij op Vierhuizen. "Twee jaar lang ben ik eigenlijk nooit buiten geweest", zo vertelt hij verder, "Ik snakte erna weer wat te doen. Ik werd er meteen op uitgestuurd om met twee paarden naar de hengst te gaan in Zijldijk. Op de terugweg kwamen we allemaal vluchtelingen tegen uit Spijk en Bierum. Het vreemdste stel dat we tegen kwamen was een familie die hun oude moeder in de kruiwagen richting Roodeschool vervoerde. Een van de dingen die me het meest geschokt hebben was de dood van de buurvrouw die voor mijn ogen door een granaat werd getroffen. Het was dezelfde vrouw die me twee jaar daarvoor, in haar onnozelheid nawees toen ik op het nippertje voor de Gestapo wegvluchtte. Ik kon toen in het hoge koolzaad wegduiken en ben zo ontkomen. Dat was bij de boerderij van de familie Oosterhuis. Die boerderij werd bij de komst van de Canadezen ook onder vuur genomen. De granaten bleken blindgangers en de gebroeders hebben ze voorzichtig weggedragen en in een sloot gemikt". De grote verplaatsing van de troepen vond vooral in de nacht plaats en de gevechten gingen onverdroten door. Dorp voor dorp werd op de Duitsers veroverd en de bewoners wachtten in de kelders angstig af, onwetend van wat er boven hen allemaal gebeurde. Ze bleven daar totdat alles werkelijk rustig was of dat ze tijdens een vuurpauze konden wegvluchten. Wat achter bleef was in de meeste gevallen een enorme ravage van stukgeschoten huizen en platgebrande boerderijen. Blij waren de mensen dat de Duitsers waren verjaagd, maar ze waren dat niet uitbundig. De mensen hadden vaak te veel meegemaakt.



Eigenaar, Webdesign en onderhoud: © RealArt Interent Solutions