Slag bij Heveskesklooster
AUSTER VERKENINGSVLIEGTUIGEN BOVEN DELFZIJL;
Op 22 april 1945 werd de luchtverkenningseenheid van de Canedese bevrijders van de provincie Groningen verplaatst naar een vliegveld bij Groningen en vandaar aldaar begon zij haar operaties oa tbv de bevrijding van Delfzijl en omgeving. Hier vond men een klein aantal zeer fanatieke tegenstanders welke bereid waren om door te vechten rondom de stad Delfzijl. Met hun rug tegen de Noordzee en volledig omsingeld werden deze Duitsers geconfronteerd met twee mogelijkheden doorvechten of dood gaan. In dat kleine gebied was een formidabele hoeveelheid artillerie , inclusief de 10,5 en 12,8 cm flak kanonnen aan de rand van de zee om een vijandelijke benadering van Emden te dekken. Samen met drie secties van het 660 squadron vlogen de piloten voortdurend opdrachten en ontmoetten daarbij zeer zware luchtafweer van lichte flak tot en met de 12,8 centimeter flak kanonnen.
De taak bestond oa uit het coördineren van het vuur op de kustverdediging van Fiemel. Deze bestond uit twee keer vier grote betonnen opstellingen met luchtafweerkanonnen. De eigen artillerie was niet in staat om effectief op te treden tegen Fiemel en daarom werd uiteindelijk een 7,2 inch geschut ingezet van de 5e Divisie. Hierna konden de Auster piloten aan het werk en werd het vuur bij gestuurd op Fiemel vanuit de lucht.
DOORBRAAK BIJ HEVESKESKLOOSTER;
De 26 april 1945 was al eerste eenheid de Irish A comp. vertrokken vanuit Wagenborgen op weg in de richting van Heveskes. De opmars die urenlang ging duren werd vergezeld van het uitstekend liggende artillerievuur van de tegenstander. Uiteindelijk nam de C companie het stokje over omstreeks 04.30 uur en bleef optrekken tot zes uur in de ochtend.
Op de linker vleugel trok de 3e compagnie, de D compagnie mee en ondervond eveneens flinke tegenstand. Deze compagnie hield ruim meter boven boven het landschap uitstekende talud van de Woldjerspoorlijn aan dat, welke als een door het maanlicht verlichte streep door het donkere landschap liep in de richting van Weiwerd en Farmsum . Het spoor werd niet meer gebruikt en de spoorstaven waren vanaf 1942 verwijderd en over gebracht door de Duitsers naar het oostfront. De zandbedding met grint lag er nog en de Duitser had hier en daar observatieposten gegraven in het talud. . Bij de spoorbrug van het Woldjerspoor in Meedhuizen was een versterking gebouwd door de Duitsers in het talud van twee mitrailleur bunkers en een gevechtsschuilplaats. Waren waren diverse mangaten en loopgraven in het talud aangelegd vanaf Meedhuizen naar zuidkant van Weiwerd. Ook liep de meest zuidelijke prikkeldraadversperring over dit talud. Toen de Canadezen in Schaapbulten waren zijn de stellingen rondom Meedhuizen door de Duitsers ontruimd. Last van de oorlog had men in Meehuizen niet. Alleen dominee Jan Scholten zorgde voor enige opschudding. Die kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en tuurde met een verrekijker vanuit de kerktoren naar de slag bij Weiwerd. De terug trekkende Duitsers knalden er driftig op los en als de dominee niet met geweld uit de toren was gehaald , was de schade nog groter geweest. Nu liet alleen de geit van Sikke meijer het leven en in het gehucht Schaapbulten vond Albert Huisman de dood toen een granaat in zijn hand ontplofte.
In het duister kwam het dan ook voor dat de Canadezen aan de ene kant van het talud zaten en de Duitsers op de andere kant. Hartstollend moet het eraan toe zijn gegaan. In het duister zaten de soldaten aan beide kanten naar elkaar te luisteren en niemand wist waar de ander was. Ondertussen bleven de artilleriegranaten zo nu en dan in slaan. Allen waren ze erdoor verdoofd. Uit pure angst werden handgranaten over en weer gegooid over de dijk.
In de volle maan-nacht van 27 op 28 April 1945 vanaf 22.00 uur deed de voorop gaande C-Companie van het Irish Regiment of Canada een succesvolle penetratie in de vijandelijke linies. Het was via de Kloosterlaan via het boerderijengehucht De Pomperij opgerukt tot Heveskesklooster dat omgeven was met prikkeldraadversperringen , loopgraven, betonnen en houten bunkers en mijnen. Heveskesklooster lag dan ook in de hoofdweerstandslijn van de Duitsers rondom Delfzijl. De Kloosterlaan zelf was in kaart gebracht door de staf van de 256 Flak ten behoeve van storend Duits artillerievuur onder de codenaam “Heveskesfeuer”. In het buurtschap, gelegen op een zandkop in het veen op een kleine wierde, was een hospitaal bunker en een aantal mitrailleurbunkers gebouwd ter ondersteuning van het front. De opmars van de Canadezen stokte nabij de eerste driedubbele prikkeldraadversperringen. Deze versperring liep globaal ten zuiden van Geefsweer, Weiwerd, tussen Heveskesklooster en de Pomperij door naar het Zijldiep. Op 25 april hadden de Duitsers tenslotte een groot stuk van het wegdek weg geblazen van de Kloosterlaan nabij de prikkeldraadversperring over de weg. Het voorop gaande peleton stond onder het commando van sergeant Bullion. Hij had ook de extra pioniers onder zijn commando toegewezen gekregen voor het opruimen van hindernissen en mogelijke aanwezigheid van landmijnen. Op zijn aanwijzing werd deze draadversperring door de pioniers onder handen genomen. In het donker kropen de pioniers naar voren totdat zij onder de versperring lagen. Hier werd het explosief klaar gemaakt, op scherp gesteld. In de draadversperring werd een gat geblazen. Na de klap ontstond er een grote wolk van stof en klein materiaal wat door de lucht vloog. In deze verwarring onder de verdedigers - het was midden in de nacht - vielen de overigen van het peleton aan. Men rende en kroop door het gat in het prikkeldraad en maakt de weg vrij voor de rest van de compagnie. Direct hierop werd de omgeving zwaar onder vuur genomen door de Duitsers met zowel mitrailleur vuur en mortiervuur. De omgeving was gevuld met moordend Duits vuur. Op dat moment viel de eenheid van sergeant Bullion de Duitse versterkingen aan en maakte deze onschadelijk. Direct hierop trok deze kleine eenheid door naar de tweede draadversperring om deze zonder explosieven op te ruimen. Voor deze versperring gelastte Bullion zijn mannen dekking te zoeken voor het hevige vijandelijke vuur en hij ging vervolgens in zijn eentje vooruit kuipend op de versperring af. Zijn actie ontlokte de Duitsers een zwaar vuur, maar desondanks gelukte het Bullion om deze versperring met handgereedschap door te knippen. Er was een nieuw gat voor de volgende doorbraak! Ook bij het vervolgens nemen van dit gat leidde Bullion zijn peloton. Een van zijn mannen werd bij de versperring gewond en viel in het prikkeldraad. Toen het peloton vervolgens stelling had genomen rondom het gat in de versperring ging Bullion terug naar de gewonde , die in het prikkeldraad hing. Terwijl Bullion hem eerste hulp wilde verlenen en hem veilig probeerde te krijgen werd hij zelf dodelijk geraakt. Hierna volgden nog gevechten waarbij soms de woningen stuk voor stuk gezuiverd moesten worden van Duitsers. Elke woning moest worden doorzocht en soms gezuiverd van fanatieke tegenstanders. Hierbij moesten soms handgranaten in woningen worden gegooid voordat deze konden worden benaderd. Tegen de ochtend was het buurtschap gezuiverd en in handen van de bevrijder. De grens van Heveskes was bereikt.
Zelf hadden de Canadezen zeven slachtoffers te betreuren en maakten 23 Duitsers krijgsgevangen. Omdat het inmiddels daglicht was geworden ging de compagnie vervolgens op ongeveer 500 meter afstand ten zuiden van Heveskes in stelling om de gebeurtenissen van de dag af te wachten.
A COMPANY VAN DE IRISH OMSINGELD;
Ondertussen was de A company van het Irish regiment ook tegelijkertijd in actie gekomen. Aan de linker zijde van het Termunter Zijldiep trok de A company op in de richting van Termunterzijl. Het ging haast parallel aan dit diep. In het donker van de nacht trokken de infanteristen door de natte weilanden, bouwvelden en sloten. De volle maan scheen hierbij haar licht over de velden en het water in het Zijldiep. . Langzaam vorderde de opmars die nauwelijks door tegenstand werd verstoord. Wel was de strijd net ten zuiden van Heveskesklooster bij de buitenste prikkeldraadversperring duidelijk hoorbaar voor de mannen. In het donker slaagde men erin op te rukken tot voorbij Heveskesklooster.
Kennelijk hadden de Duitse troepen de langzaam oprukkende Irish ook opgemerkt in het maanlicht en hadden ze geen stroobreed in de weg gelegd. Men had het het front voor de naderende Canadezen geopend. Onbewust van het dreigende onheil trokken de Canadezen verder over het nat geregende land . Plotseling werd de compangie onder vuur genomen. Maar het onheilspellende was dat het vuur van alle kanten kwam. Iets wat de mannen niet vaak mee maakten. De gehele dag bleef de eenheid onder vuur en kon, ondanks diverse pogingen , geen kant op.
De volgende dag bleken er dertien Canadezen spoorloos te Zijn. Ze waren bij de gevechten door de Duitsers gevangen genomen en direct afgevoerd met een boot naar Emden. Een van de gevangen genomen Canadezen had een buikwond opgelopen en was vervolgens in een Duits marinehospitaal overleden. De andere 12 werden later bevrijd.
Tegenaanval vanuit HEVESKES;
In de loop van de dag waren diverse pogingen om vervolgens radiografisch contact te krijgen met de C-company mislukt en de situatie begon ernstige vormen aan te nemen. Het was inmiddels bijna aan het eind van de middag. De vooruitgeschoven waarnemingsofficier van de artillerie was bij de rechts oprukkende A Compagnie en deze kon ook geen contact meer krijgen met de B company. Er werd alarm geslagen en kapitein Walker , een luchtwaarnemingsofficier van de artillerie gaf zich onmiddellijk op als vrijwilliger om de company op te sporen en het artillerie vuur te gaan coördineren. Vanaf Eelde vertrok het kleine en ongewapende Auster V verkenningstoestel en deze vloog met een snelheid van ongeveer 200 kilometer per uur naar de laatst opgegeven locatie van de Compagnie in de omgeving van Heveskes. Na een klein kwartier vliegen kwam het toestel boven het opgegeven gebied aan. Het uitzicht uit het vliegtuig bood het oorlogsgebied vanaf Delfzijl tot en met de bunkers van Fiemel. Op een hoogte van slechts ruim 100 meter ging kapitein Walker vanuit de cockpit met het blote oog zoeken naar de vermiste eenheid. Onder hem lagen de nog kale, maar al bewerkte akkers met Groninger klei. De weinige maar lange sloten waren gevuld met water en weer spiegelden het licht van de wolken boven hem. Ondertussen een oorlogsvuur boven Delfzijl en ontploffingen rondom in de lucht. Rechts aan de rand van de zee het grote Fiemel complex, waarvoor de bevrijders ontzag hadden. Toen zag kapitien Walker ten zuiden van Heveskes grote activiteit van honderden Duitsers die door de velden trokken naar het zuiden. In gevechtshouding en vanuit Heveskes. Een Duitse tegenaanval ! Volgens het oorlogsdagboek van de Irish om 17.00 uur begonnen vanuit Heveskes.
De compagnie werd op dat moment aangevallen door honderden Duitsers, die kennelijk hun kansen roken. Een van de tegenstanders in de tegenaanval was de Kampfgruppe Gericke. Ondertussen vlogen tientallen granaten uit de vele lopen van de Flak kanonnen in de omgeving. Iedereen had het langzaam vooruit vliegende toestel bemerkt. Met name de nabij gelegen Flakbatterij Fiemel begon met een inferno van 12,5 , 8,8 en 2 cm schoten op het kleine vliegtuig. Strepen vuur trokken van Fiemel naar Heveskes waar de granaten in kleine zwarte wolkjes rondom het vliegtuig explodeerden. De Marine artilleristen bleven fanatiek vuren maar konden het kleine toestel niet raken. Het vliegtuig moet vele malen heen en weer zijn geschud door de explosies. Desondanks bleef het kleine vliegtuig een half uur boven Heveskes vliegen om de zo gewenste informatie over de eenheid door te geven aan Canadese artillerie nabij Wagenborgen. Hiermee kwam de ondersteuning van de artillerie weer op gang. Salvo’s van de 17- Field Artillerie , opgesteld bij Wagenborgen , kwamen terecht tussen de Duitsers op posities rond de C-Company. Na een half uur begaf de radio het aan boord van het toestel. Kapitein Walker had inmiddels op de grond gezien dat een zwaar Duits machinegeweer, goed en verdekt opgesteld, met zwaar vuur de Company vast hield op de zelfde locatie. Het machinegeweervuur was zo goed, dat men zich niet kon bewegen en dat men plat op de grond moest blijven liggen. Hierop voerde de Auster een schijnaanval uit tegen het goed geplaatste machinegeweernest. In een scheerduik naar beneden vloog het langzame toestel recht af op de positie van de Duitsers . De bemanning van het machinegeweer schrok hier zo van dat zij kortstondig weg vluchten van het wapen, bang voor bommen. Dit werd nog een keer herhaald en ondertussen trokken de Canadese soldaten op naar die positie en namen het zware machinegeweer over, voordat de Duitsers terug konden keren. Hierna trok de Auster zich terug naar het vliegveld. Terug gekomen op het vliegveld rapporteerde Walker de posities van de op dat moment nog steeds aanvallende Duitsers. Walker kreeg later hiervoor een hoge onderscheiding.
Door de actie van Walker was het broodnodige artillerievuur van de 17th field vanuit Wagenborgen op gang gekomen. Om ongeveer 18.00 uur was de tegenaanval door de Duitsers afgebroken door de vele granaat en 4.2 inch mortier beschietingen van de princess Louise Fusiliers van de Canadezen.
Pas op de 29e april trokken de Irish verder op naar Heveskes. Om 16.30 uur in de middag werd de aanval ingezet. Het begon duister te worden. Inmiddels waren Borgsweer en Oterdum bevrijd door de Canadezen. De Duitsers dreigden te worden omsingeld in dit kerkdorp. Na felle strijd trok de vijand zich terug uit Heveskes. Op de Stadsweg nabij de Valg sneuvelden nog twee Canadezen in een Carrier. Ook drie inwoners van het dorp kwamen om het leven bij de bevrijding. De A en C compagnie waren tegen de avond in het dorp en kwamen onder zwaar voorbereid artillerievuur te liggen vanuit Duitsland. Drie tanks van het 8NBH werden door dit vuur uitgeschakeld. De mannen van de Irish groeven zich diep in de Groninger klei en namen het ervan.
|